home LO & Sport FAQ's Print

FAQ’s

 

1. Lesgeven in het buitenland met een Vlaams Diploma

 

2. BVLO verzekering Burgerlijke Aansprakelijkheid ook in bijberoep?

 

3. Hoe warm of hoe koud moet het zijn in de gymzaal of in de klas?

 

4. Hoeveel bedraagt de maximale vergoeding voor vrijwilligers?

 

5. Het comité voor veiligheid en preventie van onze scholengemeenschap wil ons (de LO leerkrachten) een checklijst laten invullen aangaande de veiligheid van onze sporttoestellen en sportinfrastructuur. Behoort dat tot onze taken? Zijn wij daar voor voldoende opgeleid? Is het niet beter om dit te laten doen door een externe firma?
Hoe zit het met aansprakelijkheid, indien wij een onveiligheid melden en er nadien tijdens onze lessen een ongeval gebeurt. Kunnen wij daar dan voor aansprakelijk gesteld worden.Tot nu toe werden defecten gemeld in de verslagen van de vakwerkgroep.

 

6. Welke taken kan een leerkracht LO nog krijgen, naast het lesgeven

 

7. Omgaan met ongeschiktheidsattesten

 

8. Ik ben lid BVLO met persoonlijke ongevallenverzekering. Zijn volgende sporten gedekt door de verzekering? skiën op de piste, toerskiën buiten de piste, alpinisme, mountainbike, kajak, kano, klimmen, abseilen, rafting...

 

9. Waar vind ik referentietabellen met BMI voor kinderen?

 

10. Waar vind ik referentietabellen ivm fysieke fitheid?

 

11. Is een lesgever met een Bachelordiploma 'Bewegingsrecreatie' een "gekwalificeerde" lesgever voor het Bloso? (verloning van gekwalificeerde lesgevers op o.m. sportkampen, bijscholingen)

 

12. Bestaan er richtlijnen qua budget voor sportmateriaal voor een school?
 
13. Mogen mijn leerlingen op de foto?
 

------------------------------------------------------------------

1. Lesgeven in het buitenland met een Vlaams Diploma

Voor de erkenning van een Vlaams diploma in het buitenland moet u uw aanvraag indienen bij het betreffende NARIC centrum van het land.
www.enic-naric.net

Voor de aanvraag kunt u gebruik maken van het diplomasupplement (informatie over de gevolgde opleiding) attest van Naric Vlaanderen.
Voor de erkenningsprocedure moet u op ongeveer drie weken rekenen.
 
 

2. BVLO verzekering Burgerlijke Aansprakelijkheid ook in bijberoep?

De BVLO-verzekering burgerlijke verantwoordelijkheid die u als student of leraar LO kunt afsluiten, geldt ook tijdens het lesgeven en begeleiden van sportactiviteiten die u uitoefent in kader van uw statuut als "zelfstandige in bijberoep".
U mag echter dit statuut als "zelfstandige in bijberoep" niet verlaten! Zodra uw zelfstandige activiteit een hoofdberoep wordt, is deze verzekering niet meer geldig.
 
 

3. Vraag je je ook af hoe warm het in je klas moet zijn?

In het basis- en in het secundair onderwijs is dat in een leslokaal minimum 20° C. In een praktijklokaal is de minimumtemperatuur 15° en in de gymzaal 12° C.
Dat besluit de Onderwijsinspectie op basis van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming. Je directeur stelt iemand aan - meestal de preventieadviseur - om de temperatuur te meten. Als er een tijdelijk of structureel probleem is waardoor jij en je leerlingen elke dag zitten te bibberen van de kou of te puffen naast een te warme radiator, spreek daar dan over met je directeur.

Lees meer in het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming

 
 

4. Hoeveel bedraagt de maximale vergoeding voor vrijwilligers?

De maximale vergoeding voor vrijwilligers voor het aanslagjaar 2011 (vergoeding vanaf 1.01.2010) bedraagt 30,22 EUR per dag en 1.208,72 EUR per jaar.

De combinatie van dit forfaitaire stelsel met de terugbetaling van werkelijke kosten is enkel mogelijk als het de terugbetaling van vervoerskosten betreft en dit voor maximaal 2000 km per jaar per vrijwilliger.

 
 

5. Moeten wij zelf de checklist aangaande de veiligheid van onze sporttoestellen en sportinfrastructuur invullen?

Antwoord 1: Uw bezorgdheid als leerkracht LO is terecht.
De preventiedienst van de school kan de leraren LO echter wel vragen om het sportmateriaal geregeld na te kijken en om gebreken zo snel als mogelijk te signaleren. Maar het blijft uiteindelijk de verantwoordelijkheid van de preventiedienst om voor het wettelijk verplichte veiligheidsattest te zorgen.
Wij stellen voor dat u op de checklist eigenhandig bijschrijft (en dateert!) dat u geen verantwoordelijkheid draagt betreffende de veiligheid van deze toestellen.
Antwoord 2: Een sporttoestel kan beschouwd worden als een arbeidsmiddel. In het kader van het dynamisch welzijnsbeleid dienen arbeidsmiddelen periodiek door de werkgever gecontroleerd te worden op hun goede werking / toestand.
Sommige externe diensten voeren deze controles mits betaling uit. De controles kunnen door een door de werkgever bevoegd verklaard persoon uitgevoerd worden. Het is wel belangrijk dat er een traceerbare neerslag van de uitgevoerde controles is. De gebruikershandleiding van de toestellen kan in sommige gevallen een hulp bieden om te weten wat wanneer moet gecontroleerd worden.
Gelieve hier de wettelijke basis te willen vinden
 

6. Welke taken kan een leerkracht LO nog krijgen, naast het lesgeven

BASISWETGEVING EDULEX- personeel niveau overschrijdend -
PERS:2007/09 - FUNCTIEBESCHRIJVING EN EVALUATIE. 29/10/2007

Aanvulling:
negatieve lijst basisonderwijs o.a.
- organiseren busvervoer
- het uitvoeren van materieel onderhoud en/of herstellen van en in de school
- het bijwonen van en het meewerken aan godsdienstige,levensbeschouwelijke of socio-culturele activiteiten buiten schoolverband
- opvang van kinderen tijdens klasvrije namiddagen of schoolvakanties
- bijlessen of therapie geven voor en na de schooluren
- huisbezoeken afleggen
- middagtoezicht houden
- verzekeren van busbegeleiding
- het verkeer regelen op de openbare weg
- het vervullen van administratieve en of organisatorische taken die niet eigen zijn aan het uitgeoefende ambt.

uitz:
- organiseren van busvervoer en het vervullen van administratieve taken kunnen behoren tot de opdracht van het beleidsondersteuning of belast zijn met een beleidsondersteunende functie voor de scholengemeenschap.
- ICT coordinator herstellen van het materiaal eigen aan het ambt.
- huisbezoeken kan behoren tot de taak van de zorgcoördinator voor zover die belast is met de opdracht in het kader van de bevordering van de kleuterparticipatie en kan eveneens tot de opdracht van de sociaal, psychologisch en orthopedisch personeel behoren
- de laatste vijf opsommingen kunnen in uitzonderlijke omstandigheden en op een niet-regelmatige manier opgelegd worden aan het personeel.
In het lokaal comité moet overlegd worden wanneer het kan.
Bij het verdelen van de instellingsgebonden opdracht moet er rekening mee gehouden met:
- voltijdse of deeltijdse opdracht
- billijke verdeling van taken aan personeelsleden die nog in een andere instelling werken
- tijd die personeelsleden besteden aan vertegenwoordiging in officiele organen.
- mogelijkheden en capaciteiten van het personeelslid.

Voor het secundair
Naast hoofdtaak lesgeven kan de leraar gevraagd worden een aantal instellingsgebonden opdrachten uit te voeren:
-toezicht uitoefen, vervangen van afwezige leraars,vertegenwoordiging in externe organen, opnemen van verantwoordelijkheden die les- en klasgebeuren overstijgen.
De lijst van de instellingsgebonden opdrachten worden onderhandeld in het LOC
Verder moet er rekening gehouden worden met de instellingsgebonden opdracht zoals hierboven vermeld in het basisonderwijs.
 

7. Omgaan met ongeschiktheidsattesten

Voor alle leerlingen is LO een vak uit de basisvorming en derhalve moeten alle leerlingen de eindtermen van LO realiseren. Om die reden moeten ook de leerlingen met een al dan niet langdurig attest eveneens geëvalueerd worden voor dit vak.
De leerkracht zal proberen om via een gedifferentieerde en geïndividualiseerde aanpak bij het evalueren zoveel mogelijk attesten te vermijden.
Dit kan d.m.v.
-een goede communicatie met de leerlingen;
-realistische en haalbare afspraken;
-inspraak van de leerlingen bij het opmaken van de jaarplanning;
-het welbevinden van de leerlingen zowel als van de leerkracht steeds voor ogen houden.
In samenwerking met de vakgroep worden afspraken gemaakt voor een gelijkgerichte aanpak met respect voor de eigenheid van de school. Deze afspraken zijn terug te vinden in het deelschoolwerkplan voor LO, het schoolreglement, de schoolagenda …

Tips voor het vastleggen van goede afspraken:
-het aantal toegelaten gelegenheidsattesten, m.a.w. attesten van ouder, kinesist, trainer …;
-het mogelijks inschakelen van het CLB via de ‘afsprakennota’;
-omgaan met vervalste attesten;
-soorten vervangtaken + het evalueren ervan;
-praktische afspraak i.v.m. het bijhouden van de vrijstellingen voor de lessen LO.
Naar de leerling toe zal de leerkracht duidelijk zijn omtrent het beoordelen van zijn inzet, medewerking, hulpvaardigheid, hygiëne, leerattitude, leervorderingen, kunnen en kennen van de aangeboden leer- en oefenstof.
De leerling moet weten hoe en waarom hij op zijn rapport aan een bepaalde quotering komt.
Sinds een paar jaar bestaat er het selectief doktersattest voor de les LO. Alhoewel het veralgemeend gebruik van dit attest niet verplichtend is, zijn er huisartsen die dit toepassen. Maak je leerlingen hierop attent. Stimuleer hen om bij de behandelende arts hiernaar te vragen.
Leerlingen met een medisch attest moeten aanwezig zijn in de les LO onder toezicht van de leerkracht LO. Door de aard of de plaats van het lesgebeuren kan de leerkracht LO soms geen toezicht houden op vrijgestelde leerlingen. In samenspraak met de directie wordt naar een oplossing gezocht.
De “vrijgestelde leerlingen” krijgen een vervangtaak. Deze is aangepast aan het niveau van de leerlingen, moet evalueerbaar zijn, moet de leerling iets bijbrengen over één of ander aspect uit de LO, wordt uitgevoerd tijdens de les en de leerlingen worden erop beoordeeld.
Belangrijk! Vervangtaken moeten steeds zo goed als mogelijk aansluiten bij de nagestreefde lesdoelen, de leerplandoelstellingen en de vakgebonden eindtermen lichamelijke opvoeding. Immers, lichamelijke opvoeding is een vak van de basisvorming! Hiervoor werden minimale eindtermen uitgeschreven waaraan alle leerlingen moeten voldoen, ook leerlingen die niet actief kunnen deelnemen aan de lessen. Alle leerlingen uit eenzelfde klas moeten ook op een eenduidige wijze worden geëvalueerd.
In samenwerking met het CLB en de schoolarts kan het probleem worden opgevolgd, besproken worden met de ouders en kan er eventueel gewerkt worden aan een alternatief ter verbetering van de fysieke conditie. Partiële deelname (bv. gestaafd door het selectieve doktersattest) kan een zinvol alternatief zijn voor een vervangtaak. Bijvoorbeeld: fietsen op een hometrainer, wel armspieren geen beenspieren enz.
Vervangtaken
Uitgangspunt: leerlingen met een, al dan niet langdurig, doktersattest moeten in de mate van het mogelijke de vakgebonden eindtermen realiseren. Om die reden probeert men dus hen zoveel als mogelijk actief betrekken bij de les. Niet actief kunnen deelnemen aan de les is in geen geval een opportuniteit om huiswerk te maken of toetsen voor te bereiden.
Vermijd dat de leerlingen de vervangtaak als nutteloos ervaren, dat de opdracht een vorm van bezigheidstherapie is. Leerlingen met een attest die zich betrokken voelen bij de les zullen efficiënt werk leveren en een meerwaarde betekenen voor het lesgebeuren.
Wees creatief, zorg voor gepersonaliseerde vervangtaken aangepast aan de leerling en het attest. Ook hier gaat men gedifferentieerd te werk en probeert men zoveel als mogelijk opdrachten te geven i.f.v. de eindtermen zowel vakgebonden als vakoverschrijdend (persoonsgebonden doelstellingen, het ‘kennen’ van de beweging (zie hierboven) …). Maak er als leerkracht de gewoonte van het onderwerp en de lesdoelstellingen steeds mee te delen en bijv. te verwerken in de leergesprekken. Denk eraan dat ook de ‘bankzitters’ je leergesprekken moeten kunnen horen.
Vaststellingen:
-‘bankzitters’ krijgen de taak de les te noteren; vraag is: wat is het nut van die opdracht?
-leerlingen moeten artikels over … samenvatten; vraag is: is dit een taaloefening?
-de gepresteerde taken van de leerlingen verdwijnen in de prullenmand; vraag is: wat heeft de leerling er nog aan?
Suggesties:
•Langdurige ‘bankzitters’ een bewegingsmapje laten bijhouden waarin per les bepaalde opdrachten worden genoteerd zoals:
-wat hebben we geleerd (lesonderwerp)
-welk nut hadden de oefeningen (lesdoelstellingen)
-het leren gebruiken van vakterminologie
-onderscheid maken tussen lenigmakende en spierversterkende oefeningen, coördinatieoefeningen …
-correcte techniek van de helper (kan ook daadwerkelijk indien het attest dit toelaat)
-evaluatieopdrachten
-essentiële informatie i.v.m. trainingsprincipes, gezondheid, rugscholing, correcte houding en aangepaste oefeningen … autonoom verwerken
De leerkracht die in zijn lessen veel gebruik maakt van rollen en taken zal vrij vlot leerlingen met een attest actief kunnen inschakelen als scheidsrechter, coach, begeleider, evaluator … Dergelijke rollen kunnen nooit zomaar als opdracht worden gegeven.
Voor leerlingen met een handicap een individueel handelingsplan opstellen. Wat kan die leerling binnen zijn mogelijkheden nog voor het vak lichamelijke opvoeding presteren?
Voor leerlingen met een langdurig attest worden concrete opdrachten, per periode, schriftelijk vastgelegd. Breng hierin afwisseling en dit in functie van de jaarplanning van de leerkracht.
Voor leerlingen met een selectief doktersattest kunnen individuele programma’s worden opgesteld.
Ook bij het geven van vervangtaken heeft men steeds doelstellingen voor ogen die men hiermee wil bereiken en bedenk steeds vooraf hoe je die vervangtaken ook gaat evalueren. Bespreek deze doelstellingen en evaluatiecriteria ook met de leerlingen (duidelijke afspraken!).
Het cijfer wordt toegekend volgens vooraf bepaalde criteria. Ook hier is het best om samen met de collega's te overleggen. In het rapport en in het procesverbaal van de klassenraad wordt gemeld indien de evaluatie betrekking heeft op een vervangtaak.
Indien wordt geopteerd voor een schriftelijke productevaluatie dan moet de leerling duidelijk weten waarop en hoe hij zal worden geëvalueerd. Deze evaluatie beperkt zich steeds tot de geziene leerstof!

 

8. Zijn volgende sporten gedekt door de verzekering? skiën op de piste, toerskiën buiten de piste, alpinisme, mountainbike

In principe zijn deze sporten niet uitgesloten maar men dient zich wel aan de voorgeschreven regels/afspraken...enz te houden. Ook de typische buitensporten zijn verzekerd.
Wat niet verzekerd is: alles wat in de lucht is (bv. deltavliegen) en diepzeeduiken. Hiervoor moet je een aparte polis afsluiten.
 

9. Waar vind ik referentietabellen met BMI voor kinderen?

Hebben uw kinderen/leerlingen een gezond gewicht?
1 kind op 7 heeft in de lagere school overgewicht. De helft van de meisjes in het secundair slaat aan het diëten. 1 meisje op 10 heeft al gedrag vertoond dat wijst op eetstoornissen.
Bij de berekening van een gezond gewicht voor kinderen wordt steeds rekening gehouden met de leeftijd, het geslacht, de lengte en het gewicht. De Body Mass Index (BMI) bekijkt het gewicht in verhouding tot de lengte. Om de BMI te berekenen, deelt u het gewicht van uw kind (in kilogram) door het kwadraat van de lengte (in meter).
BMI = gewicht (kg) / lengte (m) x lengte (m)
De uitkomst van die formule vergelijkt u met de leeftijd en het geslacht van uw kind in de onderstaande tabel. Tot 18 jaar is de beoordeling van de BMI namelijk anders dan bij volwassenen. Bij kinderen hangen lengte en gewicht sterk af van de leeftijd omdat ze nog in de groei zijn.

U kan ook de groeicurven raadplegen op: www.vub.ac.be/groeicurven

Voor ondergewicht bij kinderen zijn geen BMI-waarden vastgesteld. In de voorlichting wordt daarvoor meestal gekeken naar de BMI-waarden die horen bij de laagste groeicurve.

 

10. Waar vind ik referentietabellen ivm fysieke fitheid

De referentiewaarden, nl. de percentielschalen betreffende de fysieke fitheid (meisjes en jongens) van de Vlaamse jeugd en van de Vlaamse volwassenen (vanaf 12 jaar) zijn te vinden op de website van het Steunpunt

 
 

11. Is een lesgever met een Bachelordiploma 'Bewegingsrecreatie' een "gekwalificeerde" lesgever voor het Bloso? (verloning van gekwalificeerde lesgevers op o.m. sportkampen, bijscholingen)

Een bachelor met diploma "bewegingsrecreatie", zonder vermelding van de term lichamelijke opvoeding op het diploma, komt niet in aanmerking als gekwalificeerde lesgever (bv. bachelor met diploma bewegingsrecreatie/informatica).

Een bachelor met diploma "lichamelijke opvoeding" komt wel in aanmerking als gekwalificeerde lesgever (bv. bachelor lichamelijke opvoeding/bewegingsrecreatie of bachelor lichamelijke opvoeding/informatica).

 

12. Bestaan er richtlijnen qua budget voor sportmateriaal voor een school?

Iedere school heeft een budget voor leermiddelen en zelden wordt dit opgedeeld per vak. En zoals altijd is dit budget veel te krap om aan alle vragen en noden te voldoen. De school moet ieder jaar weer moeilijke keuzes maken.
Meestal vraagt men de vakgroep om een prioriteitenlijst voor het aankopen van leermiddelen voor het vak op te maken. Ik hamer er op dat de vakgroep LO een prioriteitenlijst op lange én op korte termijn opmaakt en die jaarlijks bijstuurt.
Een plint of valmat kost veel geld, pingpongballen of shuttles veel minder. Het ene materiaal verslijt ook rapper dan het andere en moet sneller worden vervangen. Door duur materiaal in een roulatiesysteem te plaatsen kan de school die zwaardere aankoop op lange termijn voorzien en makkelijker incalculeren. Alle materiaal zou op tijd en stond moeten worden vervangen, de vraag is hoe lang duurt het tegen dat bijv. de valmat versleten is. Er spelen nogal wat factoren een belangrijke rol zoals: de gebruiksintensiteit, de zorg die de vakgroep draagt voor zijn materiaal, de ondergrond waarop die matten worden gebruikt, … Naar veiligheid is dit heel belangrijk. Het probleem is dat men veel te lang toestellen in gebruik houdt, denk maar aan al die oude plinten van minstens een halve eeuw oud. Die ogen OK maar zijn niet meer OK. Als J&F dan eens wordt gevraagd om de toestellen te controleren op de veiligheid dan is men telkenmale verrast als men de turnzaal vol oranje stickers ziet hangen. Dit is wel een mooi bewijs dat men veel te lang wacht met vervangen. Het kostenplaatje is evenwel niet min, vandaar dat het aanleggen van een prioriteitenlijst helpt.
Veel scholen hebben ook wel een budget voor de aankoop van verbruiksmateriaal zoals pingpongballetjes en dergelijke. Op simpele vraag kunnen die worden aangekocht.
Veel hangt af van de cultuur van de school tav van bewegingsopvoeding.

 

13. Mogen mijn leerlingen op de foto?

Als je op school beelden maakt van leerlingen en die publiceert op de schoolwebsite, in de schoolkrant, een folder ... heb je daarvoor volgens de privacywet vooraf toestemming nodig. Voor spontane, niet-geposeerde foto's en sfeerbeelden van een evenement (niet-gericht beeldmateriaal), volstaat een stilzwijgende toestemming. Je school laat ouders en leerlingen via het schoolreglement weten wanneer en waarvoor zulke beelden worden genomen en dat ze zich daartegen kunnen verzetten.
Voor geposeerde (gerichte) foto's, moet ze expliciete toestemming vragen. Het kan gaan om individuele foto's, maar ook om foto's waarbij je op enkele leerlingen focust óf de 'klassieke' klasfoto. In principe moet je voor elk beeld afzonderlijk de toestemming krijgen. Dat brengt nogal wat administratieve rompslomp met zich mee. Je kan daarom een standaardbrief gebruiken. Ouders en/of leerlingen kunnen erop aanduiden voor welk type foto ze al of niet hun toestemming geven. Leerlingen jonger dan 12 à 14 jaar worden niet bekwaam geacht om zelf de toestemming te geven. Hun ouders doen dat in hun plaats. Bij de oudere minderjarige leerlingen beoordeelt de school het best samen met de ouders of de leerling voldoende onderscheidingsvermogen heeft en of hij mee beslist. Meerderjarigen geven enkel zelf de toestemming.
Download hier een standaardbrief

 

 

Kalender

Alle kalenderpunten